Op vakantie met zijn ouders in de Alpen wist de jonge Daniel Versteegh het zeker: hij wilde herder worden. Dat kleine jongetje dat droomde van een eenvoudig leven in de natuur had geen weet van de huidige beroepspraktijk: financiële uitdagingen, concurrentie, aanbesteding en nevenactiviteiten om het hoofd boven water te houden. Maar hij doet het met liefde: “Ik houd gewoon van mijn schaapjes”.

De liefde is wederzijds. Aangekomen op het land waar zijn 60 schapen tellen kudde –bestaande uit de zeldzame Castlemilk Moorit en Drentse heideschapen– draaft schaap Suzy als eerste naar Daniël toe om haar herder een stevige schurkende ‘knuffel’ te geven.
Al snel verdringen ook de andere schapen zich om hem heen, om daarna het ineens op een lopen te zetten. “Typisch kuddegedrag”, legt hij uit. “De hond beweegt bijvoorbeeld en dan vluchten dan instinctief. Die Castlemilk Moorit schapen –er zijn er maar 75 van in Nederland– rennen zo lekker hard dat ik goed met ze kan werken voor de workshops schapendrijven die ik geef.”
Jeugddroom
Schaapherder zijn, het spreekt tot de verbeelding. Schapen beheren de Utrechtse Heuvelrug al sinds 5000 jaar, begeleid door een herder. Zwerven over eindeloze heidegebieden, knapzak op de schouder, alleen maar nooit eenzaam, want in gezelschap van honden en kudde?

In de rustieke schaapskooi waar Daniel domicilie heeft gevonden, beaamt hij. “Dat was ook mijn beeld. Een simpel minimalistisch leven, stuk brood en harde droge worst mee en op de stenen trap van de berghut genieten van het uitzicht op de alpenweiden, was de jeugddroom. Dat nietige van het mens zijn ten opzichte van de weidsheid van die natuur fascineerde mij mateloos. Onderdeel zijn van die natuur, en dan de zorgzaamheid voor de schapen”, grinnikt hij.
‘Voor een stadsjochie in Utrecht
valt er niet veel schaap te houden’
Om nuchter te vervolgen: “Natuurlijk was ik gewoon een Utrechts stadsjochie. Daar viel niet veel schaap te houden. Ik had een andere passie: gitaar spelen. Dat kreeg de overhand in mijn leven”. Na zijn studie aan de Rock Academie en het Conservatorium scoorde hij hoge ogen bij onder meer De Grote Prijs van Nederland en ‘De beste singer-songwriter van Nederland’.
Zen
Toch ontbrak er iets, voelde hij. “Ik was ook altijd bezig met zenboeddhisme en meditatie. Dat hield me op de been in die onrustige muziekwereld. Totdat ik een enorme burn-out kreeg waarvan ik maar langzaam opkrabbelde. Wat te doen? Ik dacht aan mijn verbondenheid met de natuur en mijn spirituele ontwikkeling.”

Hij onderbreekt zijn verhaal om hond Lily achter de oren te krabben, die met Daniels andere bordercollie Benjamin enthousiast heen en weer dribbelt door de ruimte. “Wat is er, meis? Je wilt naar de schaapjes hè?”
In die revalidatieperiode viel het Daniel op dat er ook in Nederland herders rondliepen. “Wel 200 in die tijd. Op landgoed Den Treek ging ik meelopen. Als vrijwilliger kwam ik al in aanraking met de realiteit van het herderschap: financiën, onderlinge concurrentie, het gekibbel om werkterrein en het systeem van aanbestedingen van de grote terreinbeherende organisaties: welke herder beheert de terreinen het goedkoopst?”
Natuurherstel
Maar hij leerde ook over duurzaam beheer en gezonde cycli in de natuur die schapen helpen herstellen. “Fascinerend.” Al gauw had de rasondernemer toch zijn eigen kudde: schaapskudde Doorn. Inmiddels was hij ook afgestudeerd als mindfulnesstrainer. “Ik zag zo’n dwarsverband met wat ik tussen de schapen ervaar. De ontspannenheid, het leven in het moment. Dat wilde ik tastbaar maken voor anderen. Zo is ‘schaapfulness’ ontstaan”, zegt hij, refererend aan de teambuilding die hij met zijn schapen aanbiedt.
Dat is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een bloeiend en uitdagend bedrijf. Uitdagend omdat hij zijn schaapskudde Doorn vanwege aanvallen van de wolf moest verplaatsen van de Utrechtse Heuvelrug naar een landgoed bij Scherpenzeel, op de provinciegrens. De schapen pakken doelgericht een klein gebiedje aan, bijvoorbeeld een kwetsbare oever. Genieten voor Daniel, deze duurzame vorm van natuurbeheer. “Precies op het moment dat de zeldzame klokjesgentiaan zaad schiet, zetten we er even een paar schapen op om de zaden goed te verspreiden.”
Ondanks die succesvolle nevenactiviteiten vecht hij voor het voortbestaan van zijn herderschap en de traditie op de Utrechtse Heuvelrug. “Ik ben voor onze stichting naarstig aan het crowdfunden voor stevige, vaste wolfwerende hekken hier”, vertelt hij. Op het landgoed is een veilig centrum, waarvandaan de kudde kan ‘uitvliegen’ om kleine perceeltjes of oevers te gaan begrazen.
‘Als de zeldzame klokjesgentiaan zaad schiet,
zetten we er schapen op om de zaden te verspreiden.’
“Toen mijn lammetjes onlangs werden aangevallen door de wolf, was ik echt enorm verdrietig. Ook toen mijn lievelingschaap Sterre was overleden.” Het blauwtongvirus ging ook niet aan de schaapskudde Doorn voorbij. “Soms denk ik: is het niet dom om me zo te hechten aan die beestjes, terwijl ze zo kwetsbaar zijn en veel minder lang leven dan ik?”, vraagt Daniel zich af.
Om met humor te vervolgen: “Een vriendin van me zegt altijd: ‘Een schaapje is altijd op zoek naar een manier om dood te gaan’. Dat is ook echt zo. En wandelaars hoorde ik laatst zeggen: ‘Heerlijk hè. Die schapen knabbelen gewoon wat. Eén keer per jaar scheren en dan ben je klaar.”
Hij lacht hardop. “Ik ben dag en nacht druk met die dieren. Er is er inderdaad altijd wel eentje ziek. Maar ik kies er toch voor om de vreugde van de verbinding te voelen”, zegt hij. “Lekker hechten aan mijn ‘schapies’ en het leven bij de hoorns vatten.”
Informatie: Schaapskudde Doorn | Natuurbeheer | Utrechtse Heuvelrug