Hoe houden de burgemeesters van de vijf gemeenten in het Omroep ZOUT-gebied het roer recht in hun kernen? Burgemeester van Zeist Joyce Langenacker spreekt zich uit.
-U bent nu 1,5 jaar burgemeester in Zeist en was erg verheugd met uw benoeming. Wat sprak en spreekt u aan in Zeist?
“Dit is een hele fijne gemeente! Met veel groen, mooi erfgoed en veel diverse gebieden. Wat me ook aanspreekt is dat Zeist aan de ene kant veel rijkdom heeft: mooie gebouwen zoals het Slot en welvarende inwoners. En aan de andere kant wonen er ook heel veel mensen in Zeist die het moeilijk hebben. Ik wil er zijn voor al die mensen en een brug slaan tussen de verschillende groepen. Dat vind ik een mooie uitdaging.”
-Wat betekenen die contrasten in een gemeente voor u als burgemeester?
“Ik wil iets betekenen door die diversiteit in mensen zichtbaar te maken. Luisteren naar wat zij vertellen. Na de zomer starten we met iets moois dat helemaal in het teken staat van die verhalen. Ik ga dan naar mensen toe die iets te zeggen hebben over wat ze hebben meegemaakt. Een persoonlijk verhaal en ook een verhaal over hun dorp of hun omgeving. Ik pak dan de fiets om naar Austerlitz of Den Dolder te gaan. Wat we precies met die verhalen gaan doen, laten we nog een verrassing. Kern is dat we dichtbij de mensen zijn. Als zij behoeften of initiatieven hebben, dat wij denken: hoe kunnen we daarbij aansluiten?”
“Zeistenaren kijken naar elkaar om.
Ze zoeken eerder verbinding dan dat ze verschillen benadrukken”
-Wat kenmerkt de inwoner van Zeist?
“Zeistenaren kijken naar elkaar om. Dat is oprecht iets gemeenschappelijks dat we hebben in Zeist. Daarnaast is er de betrokkenheid naar elkaar. Mensen zoeken eerder verbinding dan dat ze de verschillen benadrukken. Inwoners en ook de gemeenteraadsleden denken soms heel anders over kwesties. Maar altijd is de insteek: hoe kunnen we elkaar wél vinden?”
-Heeft u daar een voorbeeld van?
“Een voorbeeld van die wil om elkaar te vinden, zag ik in Austerlitz. Een klein dorp met een sterke samenhang. Over onderwerp die de gemeenschap bezig houden, wordt heel verschillend gedacht. Ik noem een paar kwesties: de wolf, de aanlijnplicht en bosbranden. Tegelijk zijn die andersdenkenden ook je buren, de ouders van kinderen op jouw school. Wat me treft aan Austerlitz is dat ze het met elkaar moeten, maar ook willen regelen.”
–In een grotere kern als Zeist is dat anders. Daar kan iemand gelijkgestemden opzoeken, en in zijn eigen arme of rijke buurt blijven.
“Dat is zeker een uitdaging. Hoe zorgen we dat mensen in contact blijven met elkaar? Nou, door cultuur en sport. Ik wil ervoor zorgen dat cultuur en sport toegankelijk zijn voor iedereen. Ik zie ook goede initiatieven bij scholen in het omkijken naar die ander. Ze halen bijvoorbeeld geld op voor mensen die in de COA-opvanglocatie zitten. Dat is ook Zeist: gastvrij. We vangen mensen op.”
-De samenleving is aan het veranderen. Polarisatie tussen groepen ligt op de loer. Hoe ziet u dit?
“We zijn in gesprek met de omgeving hoe we die opvang kunnen organiseren op een manier die veilig is. Maar we doen het wél. Die zorg voor anderen zie je ook in Den Dolder. Daar is veel verdriet en angst geweest en nog, vanwege de steekpartij afgelopen januari door een cliënt van instelling Fivoor die een inwoner het leven kostte. Tegelijkertijd zie ik bij mijn vele gesprekken daarover in Den Dolder, en in het raadsdebat, ook de bereidheid om er voor de mensen in de kliniek te zijn. Die combinatie is er: zorg om de cliënten van Fivoor, maar ook om de veiligheid in de wijk. De kliniek moet dan ook verplaatst worden en Fivoor heeft dat ook beloofd.”
-Wat is de grootste uitdaging voor de gemeente?
“Een van de grote opgaven is woningbouw. Ik ging laatst een 60-jarig bruidspaar feliciteren. Hun kleinkinderen van 30 jaar waren er ook. Zij vertelden nog bij hun ouders te wonen omdat ze geen huis kunnen vinden. Of ik spreek mensen met kinderen die vanwege scheiding een woning zoeken en dat lukt niet. Kortom: schrijnende situaties in onze gemeente. Bouwprojecten zijn er ook: op het PGGM-terrein en rond het stationsgebied. Aan de andere kant is het gelukt dat we in de wijk Vollenhove actief voorrang mogen verlenen aan woningzoekenden die bijdragen aan de wijk, bijvoorbeeld met een financieel spreekuur of de organisatie van filmavonden. Ook iets moois van Zeistenaren: ze hebben het initiatief nemen in hun bloed.”
“Ook woningzoekenden moeten een stem hebben
in discussies over bouwen in het stationsgebied”
-Welke eigenschappen heeft een burgemeester nodig om het ambt goed in te vullen en hoe past u daarin?
“Als burgemeester moet je er zijn voor mensen die het op dat moment hard nodig hebben. De afgelopen maanden ben ik dus veel in Den Dolder geweest. Ook is het belangrijk om iedereen een stem te geven in kwesties. Ik wil ervoor zorgen dat ook de woningzoekende een stem heeft in de pittige discussies over bouwen in het stationsgebied, niet alleen die omgeving.“
-Ambtsdragers krijgen ook meer dan vroeger te maken met bedreigingen. Hoe gaat u hiermee om?
“Als lid van het netwerk Weerbaar Bestuur gaan we om bestuurders en raadsleden heen staan als zij te maken krijgen met intimidatie. Gelukkig is mij zoiets niet overkomen. We steken in Zeist veel tijd in de bewustwording bij onze medewerkers. Mensen zijn feller in hun uitingen, hebben soms een kort lontje. Dat kan gebeuren in de emotie vanwege achterliggende problematiek waar we ook aandacht voor hebben. Maar in die boosheid gaan ze soms te ver. Dan hebben we soms ‘stop-gesprekken’ met deze mensen. Laatst gedroeg iemand bij de balie van het gemeentehuis zich agressief. Ik kwam net binnen en heb deze persoon aangesproken. Die kwam later terug met een bloemetje. Dat drukken we onze medewerkers wel op het hart: doe het niet af als ‘het hoort bij mijn vak’. Geef het aan als je er last van hebt. Daar gaan we dan iets mee doen.”
-We hebben te maken met een ravijnjaar. Hoe verhoudt zich dit tot de situatie van Zeist?
“Zeist zag de slechtere financiële tijden al wat langer aankomen. We hebben vooruit gekeken en erop geanticipeerd. Zeist is ook ver met bewonersparticipatie – een van de dingen die ik zo leuk aan deze plaats vindt. Dus vijf jaar geleden is er al uitgebreid gesproken waar we op kunnen bezuinigen. Dat heeft tot een besparing van 10 miljoen euro geleid, waardoor we er nu redelijk goed bij zitten.”
-We hebben een demissionair kabinet. Betekent dat een pas op de plaats in Zeist, bijvoorbeeld als het gaat om vluchtelingenopvang?
“Er zijn wat zaken ongewis, maar Zeist wil door. In de visie op vluchtelingenopvang die we afgelopen week vaststelden, staat dat we van tijdelijke opvang voor veel vluchtelingen naar vaste opvanglocaties willen. Dat gesprek met de raad is heel goed gegaan. We blijven ons richten op waar we goed in zijn en waar we het verschil kunnen maken: mensen fatsoenlijk opvangen. Onlangs was ik in Figi bij de première van ‘Brood & Zout: de Maaltijd van Liefde’. Dit is een documentaire van en over gevluchte vrouwen die een thuis vonden in Vollenhove. Ik vind het zo mooi om te zien dat we vluchtelingen een steuntje in de rug kunnen geven om ook hier in Nederland weer van betekenis te kunnen zijn. Met de kracht van die vrouwen die dat samen doen. Die koppeling met kansen en werkgelegenheid zodat mensen hier aan de slag kunnen, is belangrijk.”
“Niet elke beslissing is goed voor elk individu.
Daar schuurt het soms”
-Wat vindt u het mooiste en het moeilijkste van het ambt?
“Het mooiste is dat je voor mensen het verschil kunt zijn. Mensen laten je toe op het moment dat ze iets heel moois of iets verdrietigs beleven. Dat je door er te zijn, te luisteren, iets voor ze mag doen, dat vind ik bijzonder.
Moeilijk is het soms dat mensen hoge, soms irreële verwachtingen hebben. We leven in een democratie en zullen het nooit voor 100 procent met elkaar eens worden. Uiteindelijk komen we tot een oplossing die voor de meeste mensen de beste is. Waarbij we oog houden voor de kwetsbaren die minder zichtbaar en hoorbaar zijn. Maar dat wil niet zeggen dat de beslissing die we nemen, ook voor elk individu goed is. Daar schuurt het soms.”
Lees ook: ‘De Heuvelrugger bestaat niet’, ‘Rivaliteit met een knipoog’ en ‘In Wijk kijken we nog echt naar elkaar om’