Zijn lage roep, knalgele oogopslag en ‘coole’ manier van zijn: de steenuil is een van de meest geliefde uilen van ons land. Des te jammer dat het slecht gaat met de honkvaste kleine broedvogel. Om de soort te beschermen, is 2026 het Jaar van de Steenuil. Omroep ZOUT ging op zoek met vogelexpert Gert Ottens van Vogelbescherming in Zeist.
Ga op stap met een vogelexpert van Vogelbescherming en er gaat een wereld open. Al legt de winterkou een grijze dauwsluier over het in de zomer zo lieflijke landschap tussen Bunsinglaan en spoorlijn in Zeist. “Een smelleken!”, roept Gert Ottens uit, wijzend naar een rij knotwilgen die slecht zichtbaar is door de winternevel. “Bijzonder. De smelleken is een klein valkje dat heel laag over de grond vliegt. Dat is hun manier van jagen. Misschien pest hij het kleine vogeltje dat daar in het gras zit”, peinst hij. “Of hij schrok van ons. Je ziet hem niet vaak hier, dus die observatie moet ik echt even doorgeven.”
Vogelaar
Zeistenaar Gert is een mooi voorbeeld van ‘van je hobby je werk maken’. De expert en vogelaar is al 25 jaar werkzaam voor de landelijke Vogelbescherming. En als er een zeldzame vogel is gespot, rijdt hij erheen. Zoals tijdens de eerste afspraak met Omroep ZOUT. Helaas voor hem bleek de gespotte Glanstroepiaal waarop vogelend Nederland vurig hoopte, een ontsnapte kooivogel. Het incident tekent zijn grote liefde en enthousiasme voor de gevederde vrienden. Van de witkopstaartmees tot de buizerd: geen vogel ontsnapt aan zijn arendsogen.
“Kijk, zie je die prachtige oude knotwilgen daar?”, vraagt Gert Ottens, turend door zijn verrekijker. “In knotwilgen ontstaan op natuurlijke wijze holtes en gaten. Daar houden steenuilen van. Ze kunnen er broeden. Het zou toch ontzettend leuk zijn als we hier een steenuil zouden tegen komen”, spreekt hij uit.
Rommelhopen
Helaas, geen steenuil die zich meldt. Al zoekt Gert met zijn verrekijker de holen en gaten in de oude bomen af. De elementen van dit gebied zijn op papier een ideale habitat voor dit interessante roofdier. “Boerenerven, weilanden, kleinschalig cultuurlandschap met heggen en ‘rommelhopen’, oude schuurtjes, knoestige knotwilgen en fruitbomen in een oude hoogstamboomgaard. Dát is het gebied waar de steenuil kan broeden en voedsel vinden.”
‘Het Kromme Rijngebied was altijd heel goed voor steenuilen.
Nu moet je ze met een lantaarntje zoeken’
In opruimgezind Nederland zijn dit soort ‘rommelige’ gebiedjes er steeds minder. Steden en dorpen breiden uit, industrie en wegen doorkruisen natuurgebieden. Een van de oorzaken dat de steenuil op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels staat in de categorie Kwetsbaar. Op de zandgronden van de Heuvelrug doet de soort het beter dan op de kleigronden in het rivierengebied bij Wijk bij Duurstede. “Het Kromme Rijn gebied was altijd heel goed voor steenuilen. Voorheen zag je ze bij de Langbroekerwetering bijvoorbeeld, fantastisch. Nu moet je ze met een lantaarntje zoeken”, zegt Gert spijtig.
Jaar van de steenuil
De zeldzaamheid van de steenuil is precies de reden waarom 2026 tot Jaar van de Steenuil is uitgeroepen. “Ik geloof dat inmiddels de helft van de steenuilen in Nederland –naar schatting nog 9.000– broedt in nestkasten”, weet hij. “Dat is een manier waarop boeren en eigenaren van landerijen en grote erven de steenuil kan helpen. Niet tot de rand maaien en alles platspuiten. Want het gaat niet goed. In de jaren 50 hadden we nog iets van 25.000 broedparen.”

Dankzij de inspanningen van vele honderden vrijwilligers heeft de steenuil de nestkasten om in te broeden. Het is Gerts taak om de vrijwilligers te ondersteunen in hun werk. “Onze 600 vrijwilligers hebben contact met boeren en buitenlui die op een mooi erf wonen. We werken samen met alle vogelwerkgroepen, waarvan er zo’n 300 zijn in Nederland. Dit is echt een gezamenlijke inspanning. Samen houden ze bij hoeveel steenuilen in en uit zo’n kastje vliegen, hoeveel eieren er zijn gelegd. Een ding is duidelijk: als we niet zoveel nestkasten hadden opgehangen, ging het nog slechter met deze uil.”
Overdag te zien
Heb je een steenuil in een nestkast, dan is dat voor het leven. In het geval van een steenuil duurt dat tussen de 5 en 10 jaar. “Het is een van de weinige uilen die je overdag ziet. De meeste soorten zijn nachtdieren. Misschien dat mensen de steenuil daarom zo leuk vinden.”
Liever lui dan moe zijn de innemende roofdiertjes ook. “De afstand die steenuilen in hun leven, is niet meer dan een paar kilometer. Daarom zijn ze dol op die houtwalletjes en rommelhopen: dan is hun favoriete voedsel – de muis – vlakbij te vinden. Is er geen muis, dan behelpen ze zich met meikevers of bijvoorbeeld regenwormen”, weet Gert. “Ze zijn geen trekvogels en ze zijn honkvast. De jongen worden na een paar maanden wel uit het nest geduwd. Die moeten dan zelf een plek zoeken waar ze voedsel – muizen en andere insecten – kunnen vinden.”
Acties
Vogelbescherming wil dit jaar een nog beter beeld krijgen van hoe het de steenuil vergaat. “Met onderzoek willen we erachter komen waarom het met de uilen die op kleigronden zoveel slechter gaat dan hun soortgenoten die op zandgronden leven. Met die kennis kunnen we wellicht nog meer doen om de soort te redden.”
Iedereen kan meehelpen, onder meer door steenuilen te tellen. Op de site van Vogelbescherming en SOVON Nederland staat meer informatie.