De Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Neder-Germaanse Limes zijn vijf jaar geleden toegelaten tot op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Waarom is dit militaire verdedigingswerk zo bijzonder? Omroep ZOUT zocht Hans Nap op, vrijwilliger van het Waterliniemuseum op het Fort bij Vechten
In 2021 is de Nieuwe Hollandse Waterlinie toegevoegd aan het al bestaande UNESCO werelderfgoed de Stelling van Amsterdam. Water staat centraal in dit historische verdedigingssysteem. In Bunnik staat een van de vele forten die de linie rijk is: Fort bij Vechten. Het is rond 1870 gebouwd. “Bijzonder dat we een museum hebben over de geschiedenis, op de plek waar het allemaal is gebeurd”, vindt een enthousiast Hans Nap, vrijwilliger en Waterlinieliefhebber. “Dit is een van de bijna 60 forten gebouwd in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Ze bouwden de forten om het land te verdedigen op die plekken waar je het land niet onder water kunt zetten.”
Hij leidt de verslaggever rond in het fort en langs de exposities in het interactieve museum. “Hoe Nederland er vandaag uitziet en hoe wij leven, dat kun je niet los zien van de geschiedenis. De Hollandse Waterlinie is in de geschiedenis bepalend geweest. Wij vinden dat dat bewaard en doorgegeven moet worden”, vertelt Hans. “Dat kan met een bezoek aan het museum, of met een tocht door het waterliniegebied. Dan zie je nog tal van herinneringen aan die tijd: ons geheime wapen.”