Oplopende spanningen in de buurt? In de gemeenten van onze streek zijn vrijwilligers actief voor Buurtbemiddeling bij conflicten tussen buren. Zoals Hanneke. Ze gaat – gepensioneerd mediator – inmiddels al 20 jaar in gesprek bij conflicten in Zeist, Bunnik en De Bilt. “Het is heel fijn als je door te praten met ruziënde buren een opening kunt creëren.”
Het begint met een meningsverschil over een schutting, maar kan erin resulteren dat buren niet meer met elkaar praten of erger. Als er samen uitkomen niet lukt, kan buurtbemiddeling een oplossing bieden. Inwoners nemen zelf contact op, of de politie, het buurtwerk of de woningcorporatie verwijst ze door.
“Het komt voor dat we een bemiddeling krijgen nadat de politie langs is geweest. We bemiddelen niet in ruzies met een strafrechtcomponent. Het gaat natuurlijk wel vaak om verdrietige zaken”, haast Hanneke zich te zeggen, nadat ze heeft opgemerkt dat ze het vrijwilligerswerk ‘gewoon heel erg’ leuk blijft vinden. “Het is altijd naar als mensen ruzie hebben. Ons streven is natuurlijk altijd om de partijen te helpen een oplossing te vinden. Het is bijzonder dat mensen elkaar door een gesprek toch beter gaan begrijpen. Zo kunnen ze tot een oplossing komen. Als zij blij zijn, ben ik het ook.”
‘Poep van de vogels van de bovenburen op de was aan de lijn
is ook een veelgehoorde oorzaak van burenruzie.’
Als er een beroep op buurtbemiddeling wordt gedaan, is het vaak een van de partijen die graag weer in gesprek wil. “Of ze willen graag een oplossing voor hun probleem dat ten grondslag lag aan het conflict.”
Vogelpoep
Hanneke heeft in die twintig jaar heel wat kleine en grote aanleidingen voor burenruzie langs zien komen. “Schaduw in de tuin van een boom bij de buren of onmin rondom een schutting zijn veelvoorkomende oorzaken. Poep van de vogels van de bovenburen op de was aan de lijn is er ook één. En geluidsoverlast, in flats vaak van kindervoetjes op de vloer bij de bovenburen. Blaffende honden. Oh”, herinnert ze zich, ”en tikken op de radiatoren. Soms matchen levensstijlen gewoon niet en wonen mensen tot overmaat in een gehorige woning. We hebben ook zaken in dure buurten. Er wonen heel veel verschillende mensen in de wereld.”

De hulpvrager krijgt bezoek van twee bemiddelaars en doet haar/zijn verhaal. Daarna benaderen Hanneke en haar collega de andere partij. Soms worden buren gevraagd of ze willen praten door middel van een uitnodigende, vriendelijke brief. “Meestal gaan we ook langs de deur, afhankelijk van de situatie. We zeggen dan tegen buur B dat we hebben gehoord dat er wat speelt tussen buren. En dat we ook graag hun kant van het verhaal willen horen. Dat opent wel deuren, dat mensen weten dat ze gehoord worden. Kunnen ze eindelijk vertellen wat een ellendig mens die ander is”, glimlacht ze. “Ze zijn niet altijd direct toe aan oplossen, omdat ze vinden dat het aan de ander ligt.”
Frustratie
Dat is het mooie van buurtbemiddeling, vindt ze. “Ook als het soms niet wordt opgelost of de andere partij wil absoluut niet praten, dan heeft degene die het aankaart, toch zijn hart kunnen luchten. En dus is er toch iets gebeurd.” Ze vult aan dat, met de juiste benadering, de ander toch vaak wil praten. “Die persoon zit ook met frustratie natuurlijk.”
De buurtbemiddelaars spelen geen ‘rijdende rechter’. “Buren moeten samen een oplossing of compromis bedenken, wij oordelen niet. Vaak lukt het om samen tot een oplossing te komen. Zoals bij de buurvrouw die nog graag haar huis stofzuigt voordat ze naar haar ochtenddienst gaat. Daardoor lag haar buurman elke nacht om 5 uur wakker. Ze stelde zelf voor tijdens het gesprek om voortaan ná haar werk aan de schoonmaak te gaan. Dat vond ze eigenlijk helemaal niet erg, die verandering. Zo eenvoudig kan het soms zijn als je in gesprek gaat.”
Vlam in de pan
Soms slaat daarna de vlam weer in de pan. “Dan zijn wij er niet bij. Soms is de aanleiding niet meer belangrijk, maar is de irritatie in jaren opgebouwd. Dat is niet zomaar weg”, erkent ze. “Buurtbemiddeling is mediation in een snelkookpan: twee intakegesprekken, een bemiddelingsgesprek en dan zien wij beide buren niet meer.”
‘In Zeist heeft buurtbemiddeling circa 80 casussen per jaar,
in De Bilt tussen de 60 en 70. In Bunnik dit jaar al 20.’
Lastig is het soms, als mensen elkaar bijna letterlijk in de haren vliegen. “Dan moeten we streng worden. Het kan ook moeilijk zijn partijen bij elkaar te brengen als mensen de Nederlandse taal niet spreken, of een heel andere achtergrond hebben. Een man belde zijn vrouw in zijn land van herkomst, midden in de nacht op luide toon. ‘Ik kan haar niet overdag bellen, want dan slaapt ze’. ”
Opleiding
De vrijwilligers hebben een opleiding gehad. “We zijn geen psychologen of mediators. We gaan niet heel diep, maar ons doel is om mensen weer in gesprek te brengen. De ergernis kan zijn opgevlamd door iets kleins.” Op tijd rustig in gesprek gaan kan veel leed voorkomen. “Alles oppotten en dan op hoge poten naar de buren stappen met een ‘En nou moet het afgelopen zijn!’, werkt eigenlijk nooit. Als je zegt ‘kunnen we eens praten over de tuin?’, werkt dat beter. Elkaar blijven groeten. Dan kun je ook elkaar makkelijker aanspreken of bellen als er wel iets is.”
Wacht vooral niet te lang, is wat coördinator Anouk van Buurtbemiddeling | MeanderOmnium op het hart wil drukken. “Ons traject is gericht op herstel van communicatie. Dat gaat veel makkelijker als de irritatie niet teveel is opgelopen.” In Zeist heeft buurtbemiddeling circa 80 casussen per jaar, in De Bilt tussen de 60 en 70. “In Bunnik dit jaar al 20, maar het jaargemiddelde lag voorheen op 6.” De gemeente en soms de woningbouwverenigingen dragen de kosten. Buurtbemiddeling Zeist/Bunnik en Buurtbemiddeling De Bilt werden beide onlangs opnieuw door het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid erkend en met een Plus-certificaat beloond.
Paul uit Zeist overkwam het: een burenconflict als gevolg van een ontmoeting tijdens het hond uitlaten. Hij schakelde buurtbemiddeling in en vertelt woensdag op deze website zijn verhaal.