Als padden het voorjaar ruiken, helpt er geen moedertje lief aan. Ze willen zich voortplanten en gaan op pad naar het water. Vrijwilligers in de hele streek helpen voorkomen dat de fascinerende amfibieën op wegen door langsrazend verkeer worden doodgereden. Zoals op de populaire paddenroute ‘over’ de N225 door Amerongen. Vorig jaar redden vrijwilligers hier bijna 3.000 padden.

De ‘oogst’ is goed deze ochtend: de ingegraven emmers langs de N226 zitten vol. Leuk vinden de amfibieën hun onderbroken reis misschien niet, te horen aan het gekerm? “Dit geluid is geen protest. Mannetjespadden moeten er tijdens de trek voor zorgen dat er geen ander mannetje op het vrouwtje klimt. Dat doen ze onder meer door dit schorre gepiep, en door te schoppen”, weet werkgroepcoördinator Marita Flikkema.
“Kom maar jongens”, sust vrijwilliger Debra Gürses (30) een ‘tandem padden’: een vrouwelijke pad met haar partner voor dit voorjaar op haar rug. Voorzichtig tilt ze de dieren uit de ingegraven emmer naar de overzetemmer. Ook een groot exemplaar dat via een tak probeert te ontsnappen, helpt ze een handje.
De padden hebben haast, maar de opvangemmers zijn hun redding. Samen met de schotten langs de bosrand voorkomen ze dat de dieren de drukke Elsterstraatweg op hobbelen en onder een auto belanden. Leden van de paddenwerkgroep Amerongen-Elst staan tijdens de voorjaarstrek elke ochtend paraat om de dieren naar de zuidkant over te zetten, zodat ze hun voortplantingsritueel kunnen vervolgen.
Spitsuur
Juist nu is het druk voor de vrijwilligers. “Padden gaan met vochtig weer en als de nachttemperatuur boven de 5 graden komt, op pad. Dat doen ze tijdens de schemering. Ongelukkigerwijs is het dan net spitsuur op de provinciale weg”, zegt coördinator Marita Flikkema. Die reis naar het voortplantingswater leidt niet zelden tot een gruwelijke dood onder de wielen van een auto. Dat wil de paddenwerkgroep van de Vereniging Dorp en Natuur Amerongen-Leersum voorkomen.
Flikkema zet zich al 25 jaar in voor de dieren. Onze ‘paddenmoeder’ noemt een van de vrijwilligers haar waarderend. Ze zorgt ervoor dat padden veilig het voortplantingswater in de Amerongse Bovenpolder bereiken. “De aantallen nemen landelijk af. We doen ons best om zoveel mogelijk padden te houden. Kennisorganisatie RAVON laat weten dat de afgelopen dagen landelijk al 23.000 zijn overgezet. Hopelijk neemt hun aantal weer toe.”
Wildroosters
In het trekseizoen moeten de emmers elke ochtend en avond worden gecontroleerd. Vandaag maken vrijwilligers ook de wildroosters schoon. Dit zodat de dieren die een wandelpad volgen, niet alsnog de weg op kunnen, maar in een betonnen bak vallen. Aan de zijkant kunnen ze langs het afzetscherm en de emmers lopen.
De padden volgen hun instinct en komen uit het bos om het voortplantingswater te bereiken. Het vrouwtje draagt vaak een mannetje op haar rug: een tandem. Snel gaat de wintertrek van deze langzame amfibieën niet. “Dat maakt het gevaarlijk. Ze zijn nog koud en hebben vaak een partner op de rug. Dat maakt ze extra traag.” Op de terugweg gaat het sneller. “Dan zijn ze warm en zitten ze niet meer op elkaar. Bovendien is het dan veel later donker en hebben ze meer kans om de weg heelhuids over te komen.”
Partner gevonden
Debra steekt met vier emmers padden en een enkele kikker de weg over. Het kost moeite door het drukke autoverkeer. “Zo, nu kunnen jullie veilig verder”, zegt ze als ze de dieren loslaat. Ze gaan ervandoor, voor zover padden dat kunnen. Hier en daar worden nog snel ‘bondjes’ gesloten. Debra wijst. “Zie je dat grote vrouwtje? In de emmer zat ze nog alleen. Maar in de overzetemmer heeft ze haar partner gevonden.” Vertederd kijkt ze hoe de tandem met kleine sprongen richting het water trekt.
Bevruchten
Tijdens de paring laat het vrouwtje haar eitjes in een snoer langs een waterplant of drijfhout vallen. Het mannetje op haar rug sproeit zijn zaad erover. “En daar houdt de bemoeienis van de ouders wel op”, lacht Flikkema.
“De moeder keert meestal vrij snel terug naar haar zomerverblijf, richting het bos dus. Daar helpen we ook bij, maar dan de andere kant op.”
Het was de voor haar verrassende aanblik van een paddenpaar in de Bovenpolder dat de nieuwe vrijwilliger Debra ertoe bracht zich aan te melden bij de werkgroep. “Ik woon pas een jaar in Amerongen. Als Rotterdammer had ik dit nog nooit gezien. Zo fascinerend.” Ze glimlacht. “Het is ontzettend leuk werk om te doen. Je ziet direct resultaat. In een uurtje redden we zo een paar honderd dieren.”
En dat is nodig ook. Want als de schemer valt, begint het spitsuur opnieuw — dit keer voor de padden.