Positief jaar voor lokale voedselbank

In Nederland maken steeds minder gezinnen gebruik van de voedselbank, terwijl de hulp persoonlijker en waardiger is geworden. Nu de landelijke cijfers over 2024 bekend zijn, is het tijd om ook in onze eigen omgeving terug te blikken op het afgelopen jaar.

– door: Quinten Bol (SvJ/HU)

De vereniging van Voedselbanken Nederland presenteerde eind mei de jaarcijfers, waarin voorzichtig positief teruggekeken wordt op het afgelopen kalenderjaar. Hoe zit dat in De Bilt? Wat ging er goed, waar liggen de zorgen, en hoe werkt het bijzondere ‘supermarktmodel’? Een gesprek met Jolanda van Hulst, voorzitter van de voedselbank in De Bilt.

– Voorzitter Jolanda van Hulst

Het afgelopen jaar nam het aantal klanten landelijk af. Was dat hier ook het geval?
“We zien dat het aantal gezinnen dat gebruik maakt van de voedselbank iets is afgenomen sinds corona. Toen zaten we hier op zo’n 180 gezinnen, nu zijn dat er 170. Dat komt vooral doordat mensen na corona weer langzaam opkrabbelen. Denk aan zelfstandigen die tijdens de lockdowns zonder opdrachten zaten, en nu weer wat werk hebben. Dat betekent dat dus ook het afgelopen jaar iets minder mensen onze hulp nodig hadden. Dat is positief, maar tegelijk weten we dat er nog altijd veel mensen zijn die recht hebben op hulp, maar ons niet weten te vinden. Landelijk is dat 70 procent, wij denken dat we in De Bilt op ongeveer 40 à 45 procent zitten. Dat is al iets, maar het moet beter.”

Waarom is deze groep zo moeilijk te bereiken?
“Omdat er nog steeds een flinke drempel is. Mensen voelen schaamte of denken dat het voor ‘anderen’ bedoeld is. Of ze weten gewoon niet dat ze in aanmerking komen. We proberen daar iets aan te doen, door bijvoorbeeld met de gemeente in gesprek te gaan en onszelf zo zichtbaar mogelijk te maken en herkenbaar te zijn. Toch blijft het lastig. Daarom is het ook zo belangrijk dat we mensen op een waardige manier helpen. Niet alleen voedsel geven, maar ook ruimte voor eigen regie en keuzes.”

Wat wordt er bedoeld met eigen regie?
“We zijn een paar jaar geleden overgestapt op het supermarktmodel. In plaats van een standaard krat, komen mensen bij ons winkelen in een speciaal ingerichte ruimte. Ze krijgen een puntenbudget, afhankelijk van de grootte van hun gezin, en kunnen dan samen met een vrijwilliger kiezen wat ze meenemen. Dat maakt een wereld van verschil: je neemt alleen mee wat je echt gebruikt, je denkt na over wat je in huis hebt, wat je nodig hebt. Het geeft mensen controle, waardigheid en zelfrespect. Het voelt niet meer als ‘ik kom mijn pakket halen’, maar als een normale boodschap.”

“We zien ook dat hier goed op wordt gereageerd. De klanten vinden het echt heel erg fijn. In het begin is natuurlijk alles altijd even wennen, maar ook afgelopen jaar hebben we weer goed kunnen zien hoe dit systeem het allemaal wat menselijker en prettiger maakt.”

Zorgt het niet voor extra druk, aangezien mensen niet meer op hetzelfde moment langskomen?
“Voor ons betekent het dat we veel efficiënter kunnen werken. Vroeger deelden we inderdaad alleen op vrijdag uit, nu doen we dat verspreid over meerdere dagen. Dat zorgt voor rust, voor betere verdeling van het werk en voor meer tijd per cliënt. Maar het betekent ook dat we producten sneller kunnen uitdelen. Als we op maandag iets binnenkrijgen, kunnen we dat dinsdag al weggeven. Vroeger bleef dat soms dagen liggen. We gooien nu veel minder weg, is het voedsel verser en dat is ontzettend fijn. Uiteraard is het ook prettiger voor onze vrijwilligers: zij kunnen echt de tijd nemen om iemand te begeleiden.”

Maar het thema voedselverspilling brengt toch ook een ‘risico’ met zich mee?
“Dat is inderdaad een uitdaging. Supermarkten verspillen minder, en dat is natuurlijk heel goed, maar daardoor zijn er minder reststromen beschikbaar voor voedselbanken. Dat merken wij ook. We moeten dus slimmer gaan inkopen en kijken naar alternatieve bronnen. Gelukkig zijn er in De Bilt veel ondernemers die ons een warm hart toedragen. We krijgen hulp van allerlei bedrijven en restaurants. Er is echt betrokkenheid in de gemeenschap.”

De voedselbank draait op vrijwilligers. Hoe hebben zij het afgelopen jaar ervaren?
“Zij zijn álles. We hebben nu zo’n negentig vrijwilligers. Zonder hen kunnen we niet bestaan. Ze begeleiden klanten, sorteren voedsel, doen administratie, houden de winkel draaiende. En ze doen dat met zoveel inzet en warmte. Er is vorig jaar zelfs een koninklijke onderscheiding uitgedeeld aan een vrijwilliger, en dit jaar weer twee, wat natuurlijk benadrukt hoe waardevol deze mensen zijn. Maar voor veel vrijwilligers is het mooiste gewoon het contact met de cliënten. Als iemand zegt: ‘Dankzij jullie heb ik weer een beetje lucht’, dan is dat goud waard. Onze vrijwilligers kijken daarom ook echt positief terug op het afgelopen jaar.”

Waar zijn jullie het meest trots op, als je kijkt naar het afgelopen jaar?
“We hebben de afgelopen jaren echt een professionaliseringsslag gemaakt. Toen ik begon, hadden we nog niet de helft van de klanten en vrijwilligers. Nu dus veel meer. Maar ook de organisatie zelf is gegroeid: we werken veiliger, gestructureerder en voldoen aan alle eisen op het gebied van voedselveiligheid. We hebben een certificaat van Voedselbanken Nederland gekregen. Dat betekent dat we goed omgaan met houdbaarheid, hygiëne, opslag, temperaturen. Dat zijn geen dingen waar je normaal bij stilstaat, maar ze zijn ontzettend belangrijk. Daar zijn we dan ook echt altijd, vorig jaar maar ook dit jaar, mee bezig.”

Zijn er het afgelopen jaar ook nog zorgen geweest?
“Huisvesting. We zitten nu in een prachtig pand: centraal, goed bereikbaar, vlakbij een bushalte. Maar het is tijdelijk. Er zijn plannen om het terrein te herontwikkelen. Als dat doorgaat, moeten wij op zoek naar een nieuwe locatie. Dat wordt echt een uitdaging. We hebben al met de gemeente gesproken, en hopelijk kunnen we samen een goede oplossing vinden. Want je kunt dit niet zomaar ergens anders opnieuw opzetten. De locatie is een cruciale factor in ons bereik.”

Wat is jullie boodschap voor de rest van dit jaar?
“Voor de mensen die hulp nodig hebben: weet dat je welkom bent. Het is echt geen schande om aan te kloppen. Niemand kiest ervoor om in armoede te leven. En voor de vrijwilligers: ik ben zo trots op jullie. Zonder jullie zou dit allemaal niet bestaan. Jullie maken echt het verschil. Dat blijkt uit alles. Uit de waardering, uit de verhalen en uit het feit dat we dit werk al zoveel jaren kunnen blijven doen.”

Om te delen

Gerelateerde artikelen

regio

Koning Willem-Alexander is 59 jaar geworden en dat betekende tijd voor feest. In heel Nederland is Koningsdag en ook in

Hockey

De heren van Voordaan hebben een pas op de plaats moeten maken in de strijd om een play-off plek voor

regio

Heel veel voorbereiding én geheimhouding, maar vrijdag regende het weer lintjes in Zuidoost-Utrecht. De gemeenten in onze regio hebben alles

Net binnen

Zeist

Het is 85 jaar geleden dat de Duitse bezetter hem uit de schoolbanken van de 2e HBS 5 in zijn

regio

Fietsers kunnen bij slimme verkeerslichten (IVRI’s) sneller of langer groen licht krijgen. Dat kan met de functie SnellerGroen in de

Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede moet mogelijk een tijdelijke noodopvang voor asielzoekers realiseren, laat de gemeente weten. Burgemeester Petra Doornenbal is vorige