Debatteren, amenderen, motiveren, protesteren: de lokale politiek is hard werken. Toch hebben zich weer honderden stads- en dorpsgenoten gemeld als kandidaat op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart. Wie zijn zij? We maken in de serie ‘Op de lijst’ een rondje langs potentiële raadsleden voor lokale partijen in de vijf ZOUT-gemeenten.
Naam: Wypke Zuidweg (56)
Partij: P21
Politieke ervaring: raadslid 2018–2022, nu kandidaat (plek 4)
Woonplaats: Werkhoven (gemeente Bunnik)
Beroep/functie: senior adviseur bij Unicum Huisartsenzorg
Wat wil jij betekenen voor inwoners van de gemeente?
“Ik ben hier komen wonen toen onze kinderen klein waren. We woonden in de stad, maar wilden een tuin en ruimte en groen om ons heen. Ik ben in een dorp in Brabant opgegroeid en dat dorpsgevoel –elkaar groeten, elkaar kennen– dat vind ik fijn en belangrijk. Dat heb je hier ook. Je bent zó in het buitengebied, maar ook zo in de stad. Die combinatie is goud waard. Wat ik vooral belangrijk vind: dat we het hier sámen doen. Van onderaf. De mensen die hier wonen, weten vaak beter dan de mensen in het gemeentehuis wat er speelt. Als inwoners met initiatieven komen, moet je dat faciliteren. Daar zit de energie. Of het nu gaat om ouderenvervoer, een boodschappenbusje of een ontmoetingsplek: dat ontstaat vanuit het dorp zelf. De gemeente kan dat mee mogelijk maken.”
Waarom deze lokale partij?
“Ik kom uit een rood nest. Mijn oma was politiek actief, zat zelfs in de gemeenteraad en was Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Toen ik ging studeren, werd ik actief bij de jongerenvereniging. Het maatschappelijke zat er altijd al in. Toen ik in Werkhoven kwam wonen, heb ik meteen gekeken wat hier was. Dat werd P21: een groene, sociale, lokale partij. We zijn onafhankelijk. Natuurlijk liggen onze wortels bij GroenLinks en PvdA, maar we bepalen hier zelf onze koers. En dat moet ook, want de vraagstukken in een gemeente als Bunnik zijn anders dan in de grote stad.”
Werkhoven voelt soms als ‘het vergeten hoekje’. Herken je dat?
“Ja, dat gevoel leeft hier wel. Odijk en Bunnik zijn groter. Als er over het stationsgebied in Bunnik wordt gesproken, wordt er automatisch vanuit gegaan dat iedereen daar gebruik van maakt. Maar voor veel mensen in Werkhoven is station Driebergen-Zeist of Houten net zo logisch. We merken het aan kleine dingen. Bij hevige sneeuw was het fietspad geveegd tot het tunneltje vanuit Odijk – en daarna niet meer. Dan denk ik: zie je wel, vergeten hoekje. Daarom vind ik het belangrijk dat er iemand uit Werkhoven in de raad zit. Iemand die weet wat hier speelt en dat ook kan signaleren.”
Wat zou je als eerste willen aanpakken of veranderen?
“Ik wil een dorpshuis voor Werkhoven. Of noem het een ontmoetingscentrum, een huiskamer. Er is hier geen plek waar je gewoon kunt binnenlopen voor koffie. Als het regent of sneeuwt, kun je eigenlijk nergens terecht. We hebben een vergrijzende gemeenschap. De winkel is weg. Dat was voor veel ouderen niet alleen een plek voor boodschappen, maar betekende ook een wandeling en een praatje. Ik heb echt huilende mensen aan de deur gehad toen die sloot. Dan besef je dat een voorziening veel meer is dan alleen een economische functie.
Met een dorpshuis kunnen initiatieven ontstaan. Ouderen die elkaar ontmoeten, jongeren die iets organiseren, misschien een klein steunpunt voor praktische dingen. Het gaat om sociale samenhang. Dat is geen luxe, dat is een basisvoorziening. Het doel is om de dorpen levendig te houden, dat er een gemeenschap blijft die voor elkaar kan zorgen. Want de overheid beknibbelt daar alleen maar op.”
Jongeren zijn ook belangrijk voor jou?
“Ja, ik zou heel graag meer starterswoningen zien. Van een onlangs gebouwd klein complex zijn er vier van de zes appartementen naar jonge mensen gegaan. Die hadden hier anders niet kunnen blijven. Terwijl jongeren wel graag in Werkhoven wonen. Er is één voetbalvereniging, één tennisclub, Jong Nederland. Iedereen kent elkaar, dat schept een band. Maar als er geen betaalbare woningen zijn, vertrekken jongeren noodgedwongen. Dus: bouwen, maar dan slimmer. Iets meer de hoogte in, compacter, zodat je groen spaart. En minder ruimte geven aan auto’s, met parkeerhubs in plaats van overal blik op straat. Zo kun je én betaalbaar bouwen én het buitengebied beschermen.”
Je portefeuille ligt in het sociaal domein. Wat wil je daar bereiken?
“De gemeente krijgt steeds minder geld voor zorgtaken. Dan moet je keuzes maken. We moeten terug naar meer inkomensafhankelijkheid bij bijvoorbeeld huishoudelijke hulp. Nu betaalt iedereen ongeveer hetzelfde, of je nu veel verdient of weinig. Dat leidt ertoe dat mensen die het best zelf kunnen betalen, toch gebruik maken van gemeentelijke hulp. En dan ontstaat schaarste voor wie het écht nodig heeft.
Ik geloof in het principe van de sterkste schouders. En in preventie. Investeer in het voorkomen van schulden, in bewegen, in ontmoetingsplekken. Een simpel bankje als dit – om die reden aan het dorp geschonken toen de huisartsen na 25 jaar afscheid namen – kan al verschil maken. Ouderen willen best wandelen, maar niet zonder mogelijkheid om even te zitten. Zo’n bankje is meer dan hout en metaal; het is een medicijn tegen eenzaamheid.”
Wat breng jij persoonlijk mee naar de raad?
“Ik ben een compromiszoeker. Sommigen noemen dat polderen. Ik denk dat je daar in een dorp het verst mee komt. Hier wonen agrariërs, hoogopgeleiden, SGP’ers, linkse stemmers. Je kunt je niet verschansen in je eigen gelijk. Je moet het gesprek blijven voeren. Ik ken de gemeenschap goed, zit in veel netwerken. Ik weet wat er leeft. En ik vind het belangrijk dat Werkhoven zich gehoord voelt. Niet tegenover Bunnik of Odijk, maar als volwaardig onderdeel van dezelfde gemeente. Uiteindelijk moeten we het hier samen doen. Anders lukt het niet.”
Meer interviews met kandidaat-raadsleden lezen, of ander verkiezingsnieuws? Kijk bij Verkiezingen.