De Vrouwentaalgroep Zeist was de allereerste groep vrijwilligers die nieuwkomers helpt met de Nederlandse taal. Vijftig jaar later doen ze dat nog, met veertig lesneemsters en vrijwilligers en een aardige wachtlijst. De verjaardag wordt vrijdag in aanwezigheid van wethouder Laura Hoogstraten gevierd in hun ‘honk’, Het Binnenbos.
Uit Turkije, Syrië, Marokko, Sri Lanka, Colombia, Afghanistan of waar ook vandaan. Honderden vrouwen heeft de Vrouwentaalgroep Zeist inmiddels geholpen met hun eerste Nederlandse zinnetjes verstaan en spreken, en daarmee gestimuleerd meer mee te doen in de maatschappij. ‘Vergroot je wereld met taal’, is het motto van de taalgroep.
Maar het werkt ook andersom, vertelt bestuurslid Loes Vermeulen (79) is inmiddels 12,5 jaar betrokken bij de groep. “Dertien jaar geleden kwam ik in Zeist wonen. Ik kende niemand en wilde wat met mijn vrije tijd doen. De Vrouwentaalgroep wilde vrouwen die de taal niet spreken, uit hun isolement halen. Ik dacht meteen: dat is iets voor mij.”
Geen contacten
Soms zijn het de kinderen die hun moeder opgeven, of een partner of maatschappelijk werker. De coördinator zoekt een vrijwilliger voor een eerste kennismaking. “Ik heb ook weleens iemand van straat opgepikt, hoor. Geen woord Nederlands. Dan zeg ik: ‘Kom maar naar ons toe’. De lessen zijn één op één, anderhalf uur per keer. Met een bijdrage van 7,50 euro voor 15 lessen houdt de taalgroep rekening met de kleine beurs. De taalgroep ziet zichzelf als aanvulling op bestaande voorzieningen.”

“Vijftig jaar geleden zaten veel van de buitenlandse vrouwen thuis. Ze kwamen nauwelijks de deur uit, hadden geen contact met anderen. Dan spreken ze na vijf of zes jaar nog geen woord Nederlands. Wij komen meestal bij de lesneemsters thuis, dat is handig als ze bijvoorbeeld kleine kinderen hebben.” Loes gaat ook weleens een wandelingetje maken, of een boodschap doen. “Dan gaan we naar de markt om te oefenen. Zij zegt bij de kraam wat ze wil kopen. Als het niet lukt, spring ik in.”
Inburgeren
Loes noemt zichzelf graag huiswerkbegeleidster. “De meesten moeten inburgeren. Maar in zo’n klas durven ze soms niet de vinger op te steken. In een gesprek met de lesgeefster is het makkelijker uit te spreken wat je niet begrijpt. De inburgeringsexamens zijn pittig hoor”, benadrukte ze. “Die boeken hebben we ook, zodat we de vrouwen goed kunnen helpen.” De inburgeringsceremonie is de kers op de taart. “Dan gaan wij mee naar het gemeentehuis, dat is zo ontzettend leuk.”
Het instapniveau verschilt enorm. “Met een vrouw met een paar jaar lagere school begint het met ‘Hoe heet ik?’ Maar mijn huidige lesneemster heeft een universitaire opleiding. Ze komt uit Ecuador, heeft in Portugal gewoond en heeft hier een baan. Dan kunnen we meteen met de Nederlandse grammatica beginnen.”
Oefenen
Geduld heb je nodig, weet Loes inmiddels. “Afspraken maken is iets Nederlands, heb ik gemerkt. Dat is iets waar vrijwilligers soms aan moeten wennen. Voor de vrouwen die de taal leren geldt: oefenen, oefenen, oefenen. Een van mijn lesneemsters heeft een Nederlandse man. Die moest ik ook op het hart drukken: Spreek Nederlands met je vrouw!”, vertelt Loes.
Vrijwilligers kunnen bij elkaar terecht om ervaringen uit te wisselen. “Als je niet weet hoe je iets moet aanpakken, is er altijd iemand die een methode heeft geprobeerd die goed werkte. We hebben bijvoorbeeld een letterdoos waarmee we een woord kunnen laten zien: K-A-T, kat. Soms kunnen vrouwen niet lezen of schrijven, dat is wel een vak apart. We hebben een vrijwilliger die weet hoe ze deze lesneemsters toch iets kan bijbrengen van het Nederlands. Ik neem mijn petje voor haar af, want ze blijft het dan proberen.”
Trouwvideo
Het heeft niet alleen haar tijd gevuld, maar ze heeft er ook veel van geleerd. “Het heeft mijn kring vergroot en mijn zienswijze verbreed. Mijn eerste lesneemster was een Marokkaanse die alleen Marokkaans sprak. Ik spreek geen woord Marokkaans. Dan raak je toch in gesprek. Een andere vrouw liet me haar trouwvideo zien. Drie dagen feest! Zo leer ik ook iets over de Marokkaanse cultuur.”
Een echt moeilijk Nederlands woord voor de lesneemsters? Daar hoeft Loes niet lang na te denken. ‘Schroevendraaier’, antwoordt ze zonder aarzelen. “Al die medeklinkers achter elkaar, dat is voor de vrouwen niet te doen. Het lastige van de Nederlandse taal is dat het niet zo worden uitgesproken zoals het is geschreven.” Ze verheugt zich op de toespraak op het jubileumfeestje van de Zeister auteur Hans Kaldenbach. Hij vertelt –geheel in de stijl– iets over cultuurverschillen en zal daarbij zeker putten uit zijn publicatie ‘Doe maar gewoon – 99 tips om met Nederlanders om te gaan’.
Pannenkoeken
Loes denkt ondanks haar leeftijd niet aan stoppen. “Hoe vaak ik ook in Binnenbos ben, hier zitten koffie drinken is niets voor mij. Al ken ik de vaste gasten en buurtgenoten wel hoor, en ze vragen me ook om hulp. Dat is helemaal prima. Het vrijwilligerschap schept een band.” Nieuwe vrijwilligsters zijn van harte welkom, voegt ze toe. De Vrouwentaalgroep gaat elk jaar met de lesneemsters pannenkoeken eten, strijk en zet. “Dat houden we erin. Er is niets Nederlandser dan pannenkoeken”, lacht Loes.
Eén reactie
Namens Het Begint met Taal van harte gefeliciteerd met dit ‘Gouden’ jubileum!