De vroegere kasteelheer Jan van Rhijnestein vulde er zijn dagen met roof- en plundertochten. Tegenwoordig gaat het er rustiger aan toe in Cothen. Behalve dit jaar. Dan viert het dorp haar 900-jarig bestaan met een spectaculair programma door en voor Cothenaren. Felix Wilbrink en Jaleesa Panhuis vertellen erover.
Het feestcomité is al sinds vorig jaar zomer bezig. “Een historisch tentfeest, een tentoonstelling Kunst en Eten bij Agnes, een podcast gebaseerd op gesprekken met inwoners en als spektakelstuk een voorstelling voor en door Cothenaren”, somt voorzitter Felix Wilbrink de meest in het oog springende onderdelen van het feest op. “Dat tentfeest refereert aan een legendarisch tentfeest een halve eeuw geleden. Als ik de verhalen mag geloven, is elke Cothenaar daar zijn vrouw of vriendin tegen het lijf gelopen”, zegt hij genietend.

De organisatoren hebben er vreselijk veel zin in, is aan zijn enthousiaste betoog te merken. “Wat we allemaal ontdekken in dit agrarische dorp! Is het niet ongelooflijk dat we wel 15 kunstenaars in Cothen hebben die allemaal prachtig oorspronkelijk werk maken? Ik noem er één: de van oorsprong Filipijnse Miguel Castro. Hij maakt papierknipkunst, zoals prachtige jurken van papierafval. En hij is ook operazanger. De Cothense kunstenaars laten het zien tijdens ‘Kunst bij Agnes’, in de tuin van de Agnes kerk op de Brink. Dat is op dezelfde dag als Eten bij Agnes – samen eten aan grote tafels waar iedereen kan aanschuiven. Dat wordt één groot feest.”
Iedereen doet mee
Het klapstuk van het feestweekend is Het Verhaal van Cothen, een toneelstuk dat oud-burgmeester Guus Swillens schreef op basis van de rijke en vooral lange historie van het dorp aan de Kromme Rijn. Op de plek waar de dorpelingen ooit ten strijde trokken tegen een overheerser, spelen hun nazaten op 12 en 13 juni hun eigen geschiedenis na in woord, zang en dans. Voor het kasteel Rhijnestein gaat het gebeuren.
Negenhonderd jaar turbulente gebeurtenissen in één openluchtvoorstelling van een uur stoppen, ga er maar aan staan. “Cothen kan dat”, lacht regisseur Jaleesa Panhuis. “Het motto van ons dorp is: we doen het zelf wel. Die mentaliteit merk ik overal. En dat geldt dus ook voor dit toneelstuk. Sommige Cothenaren spelen zelfs eerdere versies van zichzelf.”
‘Het motto van Cothen is:
we doen het zelf wel’
Elke acteur, muzikant en figurant moet aan één eis voldoen: in Cothen wonen of er een sterke band mee hebben. Een uitdaging, maar die durft ze wel aan. “Muziekvereniging Excelsior componeert en speelt de muziek voor de voorstelling. Vrouwenkoor Eigen Wijs uit Wijk bij Duurstede doen mee. Aan de samenwerking van de twirl- en linedancegroep wordt nog gewerkt. Het mooiste van alles is dat we voor het kasteel – en een beetje vanuit het kasteel – mogen vertolken. Zo cool dat iedereen zo enthousiast is en zich verbonden voelt met Cothen.”

Geland
Dat geldt ook voor Jaleesa, die haar sporen heeft verdiend in de dans. Al woont ze pas drie jaar in Cothen. “Toen deze woning voorbij kwam, dacht ik: tjee Cothen, in the middle of nowhere, wat moet ik daar?” Ze kan er nu hartelijk om lachen. “Het is zo fijn hier. Alles valt van me af als ik die provinciale weg afrijdt. Ik ben zo geland hier. En door dit project ontmoet ik steeds meer dorpeling. Dat vind ik waardevol.”
Ze is werkzaam als User Experience Designer, maar geeft ook dansles in Wijk bij Duurstede. Daar kwam ze in contact met een dorpsgenoot, de vrouw van Felix Wilbrink. “Ze zochten jongere mensen om te helpen en ik heb verstand van regisseren. Tja, toen zat ik eraan vast”, grijnst ze. “En ik vind het heerlijk.”
Audities
De voorbereidingen zijn in volle gang. Jaleesa is acteurs en andere deelnemers aan het aannemen. Ze is verantwoordelijk voor de creatieve vertaling van het script. “Het is een lijvig boek, die historie. Ik wil dat het een toneelstuk wordt waarvan een grote groep kan genieten. Het verhaal van Cothen vertellen door de ogen van de spelers op het toneel.”

Twee van die mensen zijn de kersentelers van het dorp en zijn vader: Erik en Theo Vernooij. “Niemand beter dan zij om de kersentelers te spelen die zo’n grote rol spelen in dit dorp.” Maas Merkens van kaasboerderij de Brienenshof vindt het leuk om als veehouder – met koeien dus – op het podium te staan. En een andere dorpsgenoot had een hondenkar – hebben we ook nodig voor het toneelstuk – en is ook bereid om zijn hond dan voor die kar te laten dribbelen. Zo gaaf!”
Vrouwenstrijd
En Jaleesa kan nog iets verklappen: “Er is een plunderaar geweest die het kasteel aanviel en de dorpelingen hebben hem verjaagd. In het stuk wordt dat de strijd van de vrouwen van Cothen. Want die komen er bekaaid af in de geschiedenis.”
‘We roepen dorpsgenoten op zich te melden:
figuranten en helpers gezocht’
De eerste repetitie in het Dorpshuys in Cothen is geweest, ze hebben er zin in. Wat nog wel nodig is? “Kostuums, helpers en figuranten. We kunnen nog veel meer dorpsgenoten gebruiken die willen helpen.” En om die roemruchte geschiedenis goed te verbeelden, zijn de figuranten ook best druk. “Je komt dan meerdere keren op in het toneelstuk. Ook een figurant moet zich verdiepen in: hoe liep een ridder, en hoe stonden ze in die tijd in de straat te praten?” Ook de kostuums zijn nog een pittige klus.
Baby
Jaleesa neemt in het voorjaar een kleine pauze. Haar partner en zij verwachten een kleine Cothenaar in maart. “De groep zei al: dan neem je de baby toch gewoon lekker mee? Dan spelen wij de moeder.”