Hoe houden de burgemeesters van de vijf gemeenten in het Omroep ZOUT-gebied het roer recht in hun kernen? Ruud van Bennekom van gemeente Bunnik ging eind 2024 voor een tweede termijn in zijn Bunnik.
-Eind 2024 bent u herbenoemd. Waarom koos u destijds voor Bunnik en wat spreekt u aan?
“Bunnik is zich heel erg aan het ontwikkelen. Dat doen we met een open vizier naar de regio. Dat spreekt me ontzettend aan. Het kost tijd voordat je alle verbanden écht kent in een gemeente. Gelukkig wilde de gemeenteraad mij ook opnieuw als burgemeester. Vóór Bunnik was ik nooit eerder burgemeester geweest. Als directeur van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters – dat heb ik 15 jaar gedaan – vergaderden we hier. Zo’n mooie gemeente: dichtbij de stad en toch in het buitengebied. Met 16.000 inwoners – toen 15.000 – in de drie dorpen heeft het een mooie schaal. Ik dacht: durf ik de stap aan? Er waren veel sollicitanten en ik werd het. En daar ben ik nog steeds erg blij mee.”
-Heeft u een voorbeeld van die verbanden die u heeft leren kennen?
“De eerste nacht van mijn burgemeesterschap was het. Een ingrijpende brand bij een boer in Werkhoven, en het was niet de eerste brand. De omstandigheden waren behoorlijk verdacht. Daar ga ik dan naar toe, en ook de dagen erna. Ik sprak mensen. Wat ik toen niet doorhad, was dat de vrijwillige brandweerlieden die naar de brand toe moesten, ook boer in deze omgeving zijn. En er zijn 50 koeien omgekomen in de brand. Dus met een dankwoord voor het blussen ben ik er niet. Ik had als burgemeester aandacht moeten hebben voor de gevoelens van deze mensen die overdag ook tussen de koeien staan. Een ander voorbeeld is het bezoek aan het echtpaar dat 60 jaar getrouwd is. Daar zijn kinderen bij die actief zijn in bijvoorbeeld de EHBO-vereniging of de politiek. Daar wil ik als burgemeester oog voor hebben.”
“Carnavalsverenigingen bezoeken elkaars feesten en optocht.
Dat zorgt voor eenheid”
-U bent burgervader van drie dorpen: Bunnik, Odijk en Werkhoven. Zestig jaar geleden tot een gemeente gevormd, maar alledrie verschillend. Lastig om de samenhang te bewaren?
“Zie je die plattegrond van onze gemeente daar aan de muur van de collegekamer? Die blauwe lijn is de Kromme Rijn, de rivier die onze dorpen verbindt. Dat is de samenhang. De oriëntatie van de dorpen is inderdaad anders. Werkhoven is een hechte, kleine gemeenschap omringd door agrarisch gebied. Generaties inwoners zijn daar geworteld. Odijk is daarentegen erg gegroeid. Elk jaar met carnaval reik ik de sleutel van onze dorpen aan drie Prinsen uit. Dat gebeurt in een gezamenlijke Pronkzitting, waar ik altijd de ‘Burgemeestersact’ doe met een lied. De carnavalsverenigingen bezoeken elkaars feesten en rijden in elkaars optocht. Dat zorgt voor eenheid. Geen rivaliteit, behalve met voetbal. Dit jaar zaten SV Odijk en Bunnik `73 in dezelfde competitie. Odijk is nu gepromoveerd, maar dat waren toch derby’s! Rivaliteit met een knipoog.”
-Wat kenmerkt de inwoner van Bunnik?
“We scoren traditioneel hoog in de lijstjes van gemeenten met de ‘gelukkigste’ en ‘gezondste’ inwoners. Deels komt dat door de geweldige woonomgeving: de stad dichtbij, centraal gelegen, groen en overal ruimte. Dat wil niet zeggen dat er geen problemen zijn. Er is hier ook criminaliteit. En als je je inschrijft voor een huis, duurt het een eeuwigheid voor je wat hebt gevonden. Verschrikkelijk. We stonden vorig jaar ook bovenaan in de lijst van gemeenten waar de woningprijzen het hardst stijgen: 20 procent.”
– Daar noemt u een van de uitdagingen die niet in één ambtstermijn is opgelost. Wanneer wel en hoe?
“Met twee grote projecten proberen we er 4.300 woningen bij te krijgen in de komende 15 jaar. Aan de westelijke zijde van de provinciale weg in Odijk komt de nieuwbouwwijk Kersenweide, met 1.200 woningen. Dertig procent daarvan is sociale woningbouw. Dat is een behoorlijke opgave voor een kleine gemeente. Daar ben ik trots op. Ook kleine projecten tellen mee. Naast het gemeentehuis staan sinds vorig jaar 48 flexwoningen. Daar wonen ook Bunnikkers die anders die bij hun ouders moesten blijven wonen. Het tweede project heet Entree Zuid. Dat moet ruim 200 huizen opleveren, op het terrein van het huidige politiedienstencentrum en waar vroeger de Kodakfabriek stond. We hebben ook de wens het stationsgebied te voorzien van bedrijven en woningen. Daar gaat het minstens om dan 1.000 woningen.”
-De samenleving is aan het veranderen. Polarisatie tussen groepen ligt op de loer. Hoe ziet u dat?
“We zijn een gelukkige samenleving in Bunnik, en ook een tolerante. Er komt een kleinschalige vluchtelingenopvang bij, met zo’n 90 plekken voor 15 jaar. Daar ben ik trots op. Als je ziet hoe de bevolking soms massaal in opstand komt in andere gemeenten, is de discussie hier mooi gelopen. De gemeenteraad heeft unaniem ingestemd. Tegenstanders hebben hun zegje mogen doen. We hebben ook steun gevonden bij inwoners. Als wij als welvarend Bunnik al geen bijdrage kunnen leveren, wie dan wel?”
-Ambtsdragers krijgen ook meer dan vroeger te maken met bedreigingen. Hoe gaat u hier mee om?
“We nemen dat serieus. Agressie, bedreiging en geweld zijn niet te tolereren. Doe je dat wel, dan gaat het recht van de sterkste gelden. Iedereen moet gelijkwaardig zijn woordje kunnen doen. Raadsleden doen hun werk in hun vrije tijd. Zij moeten onafhankelijk tot een oordeel kunnen komen en niet onder druk worden gezet. Daar let ik wel op. Er is weleens verzet. Een deel van de omwonenden is niet blij met de ophoging van de provinciale weg met onder meer een geluidscherm, voor de aansluiting van de nieuwbouwwijk Kersenweide op de kern van Odijk. Dat speelt deze weken. Zij moeten vrijelijk hun zorgen uiten. Maar rottigheid op de publieke tribune, dat tolereer ik niet.”
-We hebben te maken met een ravijnjaar met minder rijksbijdragen. Hoe verhoudt zich dit tot de financiële situatie van Bunnik? Moeten er keuzes gemaakt worden?
“In alle gemeenten is dat ernstig: 5 procent minder. Wij moeten 2 miljoen euro bezuinigen volgend jaar, en het jaar daarna. Dat voel je. De gemeenteraad besluit daar deze week over. We ontkomen er niet aan dat de lasten iets omhoog gaan en dat we in huis behoorlijk snijden. We zitten nu nog in de groene cijfers, maar er zal in de jaren 2028 en 2029 een oplossing moeten komen: extra rijksbijdragen of opnieuw bezuinigen.”
“Ik ga fluitend naar mijn werk
en kom fluitend thuis”
– Welke eigenschappen heeft een burgemeester nodig om het ambt goed in te vullen en hoe past u daarin?
“Je moet interesse hebben in mensen, oprecht van mensen houden. Een burgemeester gaat naar iemand die 100 wordt, dan naar een bestuurlijk overleg en dan naar iemand die iets ergs heeft meegemaakt. Je komt in zoveel onverwachte situaties terecht. Dus moet je goed kunnen schakelen en tegen een stootje kunnen. Steeds bedenken: heb ik de juiste toon? En eerlijk: elk bezoek aan een 60-jarig huwelijk is weer anders. Soms gaat het niet goed met een van beiden. Maar mensen hebben altijd mooie verhalen te vertellen. Ik ga fluitend naar mijn werk en kom fluitend thuis.”
– Heeft Ruud van Bennekom ook onhebbelijkheden of ‘ongewone’ gewoonten?
“Ha! Bij mijn herbenoeming zei een raadslid: ‘Jij denkt dat je de vaatwasser efficiënter kan inruimen dan jouw vrouw.’ Een andere mindere eigenschap is dat ik niet zo goed tegen lange vergaderingen kan. Dan denk ik: ‘Kom op jongens, we weten nu hoe de kaarten liggen. Laten we een besluit nemen.’ En dat is dan ook wel te zien aan mij.”
Lees ook: ‘De Heuvelrugger bestaat niet’