In een hazelaarbos op het Langbroekse landgoed Sandenburg tikt heggenvlechter Lex Roeleveld de zijtakjes van een hazelaar. Dit om er nog snel de laatste gevlochten heggen mee af te werken. “Het is zwaar maar prachtig werk”, zegt hij. Voor de vakman uit Maarn is het dus geen verrassing dat zijn ambacht op de shortlist staat voor UNESCO’s wereldwijde ‘Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid’.
Sommige beroepen bestaan al eeuwen in deze streek, al is het werk door de jaren heen veranderd. Omroep ZOUT neemt een kijkje bij streekgenoten die zo’n eeuwenoud vak uitoefenen.

Levende heggen: ze maken schilderachtige, groene lijnen in het landschap. Dicht bij en onder zo’n heg scharrelen een heggenmus of egel onder de ondoordringbare haag op zoek naar voedsel. Boeren of beroepshaagvlechters maakten vroeger dichte heggen en houtwallen om wild uit de akker en vee juist in het weiland te houden. Nu is het vak zeldzaam geworden, al groeit de belangstelling.
Broedseizoen
Op landgoed Sandenburg kijkt Lex om zich heen. “Heerlijk vind ik het hier. Met die oude bomen. In die eik daar zit een specht”, zegt de buitenman, terwijl hij het landschap in zich opneemt. “Zo rustig hier. Dit weekend was het hectisch met volop vlechtwedstrijden en klussen. Maar het broedseizoen is begonnen. Vogels die eitjes leggen in de heg willen we niet storen. Dus dan is het vlechtseizoen ten einde.”
Dat wil niet zeggen dat het werk gedaan is. Samen met zijn Britse partner Lucie kapt hij op Sandenburg elk jaar de twijgen en zeven tot acht jaar oude rechte hazelaartakken. De gekapte taken sorteren ze naar dikte en lengte voor allerlei gebruik, zoals in moestuinen. “Belangrijk voor het heggenvlechten zijn staken en binders – dunne lange scheuten. De hazelaar geeft structuur en extra sterkte aan de heg en het ziet er prachtig uit.”
Het beheer van het hazelaarsbos – volgens de hakhoutmethode – is onderdeel van hun werk. Zwaar werk, net als het eigenlijke vlechten. Lex: “Om een perfecte, dichte gevlochten heg te maken, heb technische vakkennis nodig, maar ook een flinke dosis spierkracht. De oude professionals uit Engeland, begonnen als veldwerkers met een leven lang zwaar fysiek werk achter de rug, zijn allemaal aan nieuwe heupen en knieën toe.”
Strak weven
De vlechter legt de takken van een levende heg – bijvoorbeeld meidoorn of hazelaar – neer, leidt en buigt ze. Zo weeft hij de takken en stammen in elkaar, met zijn handen en met hulp van een zaag, kapmes en bijl. “We moeten er voor zorgen dat de takken de onderzijde van de heg helemaal dicht maken. Er mag geen hond of lammetje onderdoor en geen schaap of koe doorheen kunnen.”
‘Heggenvlechten is natuurbeheer, landschapsherstel en ambacht’
Het belangrijkste doel is een robuuste, dichte heg waar zangvogels en egels beschutting en voedsel vinden. Tegelijk vormen ze een groene, ondoordringbare afscheiding langs wandel- en fietspaden of rond erven en boomgaarden. Daarmee is heggenvlechten tegelijk natuurbeheer, landschapsherstel en ambacht.”

Een goede heg verjongt zichzelf. Zo kan hij met een beetje liefde en zorg wel 70 jaar oud worden, zegt hij. Bij de techniek speelt ook cultuurhistorie een grote rol. “Vroeger had elke streek zijn eigen manier van vlechten, afhankelijk van het landschap en de struiken die er groeiden. Het blijft een levend ambacht: een ervaren heggenvlechter kijkt altijd wat op die plek het beste werkt. En wat de opdrachtgever wil natuurlijk.”
Wauw-gevoel
Lex vertelt dat heggenvlechten meer dan een techniek. “Het is ambachtelijk werk in het landschap. Je staat buiten, vaak met z’n tweeën, met een hakmes of takkenzaag. Het is soms fysiek stevig werk, maar tegelijk precies maatwerk. In het begin lijkt het bijna een onmogelijke klus, maar aan het eind van de dag staat er ineens een stevige, levende heg. Dat geeft echt een wauw-gevoel.”
“Aan het eind van de dag staat er een stevige, levende heg. Dat geeft een wauw-gevoel.”
Zelf begon hij in 2002 met het ambacht van heggenvlechten. Na jarenlang als landbouwkundige in Afrika en Latijns-Amerika te hebben gewerkt, is het Nederlandse cultuurlandschap zijn werkterrein geworden. “Mijn grote liefde gaat uit naar heggen. Ik heb het vak onder meer in Engeland geleerd. Daar zeiden ze: doen, doen en nog eens doen. Door veel te vlechten en goed te kijken hoe een heg zich ontwikkelt, leer je het ambacht echt.”
Aanplant
Met de komst van prikkeldraad, zo’n honderd jaar geleden, verdween de gevlochten heg grotendeels uit het landschap. Maar de laatste jaren groeit de belangstelling weer, vertelt Lex. “We stellen meer dan vroeger de ‘eco-stijl’ centraal. We promoten nieuwe aanplant en gebruiken daarbij inheemse plantensoorten en zaad uit de regio. Zo zijn planten minder ziektegevoelig en bloeien ze op het juiste moment.”
Dat werk doet hij onder meer via stichting Heg & Landschap, waarvan hij medeoprichter is. “Met de stichting hebben we verschillende handboeken over heggen uitgebracht en ik coördineer al vijftien jaar een boomplantprogramma. Zo proberen we het landschap niet alleen te herstellen, maar ook kennis over heggen door te geven.”
“De levende heggen zijn pareltjes in het landschap”
Bosvarkens
Lex is initiator van twee nationale kampioenschappen heggenvlechten en van het Gilde van heggenvlechters. Zijn mooiste heg ooit? Toch wel die heg van acht meter hoog in Brussel. “Die zag er toen na 3 jaar fantastisch uit, al heb ik geen idee hoe hij er nu bij staat.”
Een andere favoriet van eigen makelij: die bij het Nederlands Ecologisch Onderzoeks Instituut (NIDO) in Wageningen. “Die heg wordt perfect onderhouden, we zijn er nog bij betrokken. Lucie heeft onlangs de laatste 100 meter van een heg bij Odijk – een opdracht van de gemeente – afgevlochten. Verderop, op Landgoed Zuylestein in Leersum, hebben we ook iets met hazelaarhakhout geprobeerd. Maar met die bosvarkens die daar rondscharren, werd het een zootje”, grijnst hij. “Onze recent gevlochtend op landgoed Twickel in het oosten oogsten bewondering bij de vele wandelaars. Het zijn pareltjes in het landschap”, beschrijft Lex.

Koninklijke aandacht
Zijn ambacht is zijn liefdewerk, de rest is bijzaak. Terloops komt ter sprake dat voor de buitenwereld meest opvallende werk van Lucy en Lex tijdens de jaarlijkse besloten wedstrijden op het landgoed van de toenmalige prins en later koning Charles van Groot-Brittannië was. “Charles is beschermheer van de Engels heggenvlechters. En ja, tijdens zo’n wedstrijd hebben we hem natuurlijk wel gesproken”, zegt Roeleveld schouderophalend. “In Engeland is heggenvlechten op het platteland bij iedereen bekend. Er zijn daar honderden vlechters, waaronder veel beroeps. Ook belangrijk: de Britse overheid subsidieert boeren en landeigenaren ervoor. Dat is hier helaas nog niet zo.”
Dat het ambacht leeft, merkt hij ook: cursussen, demonstraties voor bijvoorbeeld Staatsbosbeheer en Landschap Erfgoed Utrecht en wedstrijden trekken veel belangstelling. “Mensen ontdekken dat het niet alleen een mooi ambacht is, maar ook het landschap en de natuur helpt. Ook voor de biodiversiteit moeten we planten, planten, planten: heggen, bomen, singels en bosjes”, zegt Lex nuchter. “Dan komt de heggenvlechter om de hoek kijken en krijgt een oud ambacht weer glanzende toekomst.”